KiholanziEdit

NominoEdit

wees (wingi wezen, kidogo weesje) (nl)

  1. mfiwa

MakufananaEdit

KitenziEdit

wees (nl)

  1. Imperative of zijn.
    • Wees voorzichtig! — Be careful!
  2. Singular past tense of wijzen.
    • Beatrix wees erop dat niemand zijn overtuiging aan een ander kan opleggen. — Beatrix indicated that no one can impose his conviction on another.

MakufananaEdit